Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 17/2735);
- het jaar 2013 (zaaknummer 17/2736);
- het jaar 2014 (zaaknummer 17/2737).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een buiten Nederland gevestigde beleggingsinstelling, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012, 2013 en 2014. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na ontvangst van een uitnodiging om het beroep nader te motiveren, waarop geen reactie volgde, heeft de rechtbank de beroepen inhoudelijk beoordeeld. Gelet op het overgangsrecht en de wetgeving omtrent de afdrachtvermindering, oordeelt de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting.
De Hoge Raad heeft immers vastgesteld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de afdrachtvermindering, aangezien zij niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland. Daarom zijn de beroepen kennelijk ongegrond verklaard en is geen rentevergoeding toegekend. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting worden kennelijk ongegrond verklaard.