Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een clausule over verrekening bij echtscheiding. Na het indienen van het echtscheidingsverzoek in 2014 en voorlopige voorzieningen in 2015, woonde de ex-echtgenote vanaf maart 2015 uitsluitend in de woning. Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2015 de volledige betaalde hypotheekrente en alimentatie in aftrek.
De inspecteur legde een aanslag op waarbij de aftrek van hypotheekrente werd beperkt tot 50% en de alimentatieaftrek werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat geen onderhoudsverplichting bestond omdat de alimentatie op nihil was gesteld en het echtscheidingsconvenant geen onderhoudsverplichting voor hypotheekrente vermeldde. Ook is niet aannemelijk dat de betaling van hypotheekrente een uitkering tot levensonderhoud betrof.
Subsidiair stelde belanghebbende dat hij de volledige economische eigendom van de woning in 2015 had, waardoor volledige hypotheekrenteaftrek zou gelden. De rechtbank oordeelt dat dit niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat de notariële overdracht pas in 2017 plaatsvond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief belastingrente gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 inclusief belastingrente wordt gehandhaafd.