ECLI:NL:RBZWB:2021:2615
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing schorsing voorlopige hechtenis minderjarige verdachte wegens niet-naleving voorwaarden huisarrest
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 mei 2021 besloten de schorsing van de voorlopige hechtenis van een minderjarige verdachte op te heffen. De verdachte was op 6 april 2021 in voorlopige hechtenis genomen, waarvan de schorsing op 12 april 2021 onder strikte voorwaarden werd toegestaan, waaronder huisarrest met elektronische enkelband en contactverboden.
Uit een rapport van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering van 20 mei 2021 bleek dat de verdachte zich niet voldoende aan deze voorwaarden hield. De verdachte erkende enkele overtredingen, maar gaf aan dat hij soms met honden of een volwassene naar buiten mocht. De rechtbank achtte dit onvoldoende als verklaring voor de geconstateerde overtredingen op 13 en 16 mei 2021.
Ook waren er zorgen over het toezicht van de moeder op de verdachte, waardoor de rechtbank twijfelde of de verdachte bij haar zou moeten verblijven. Gezien deze omstandigheden en het belang van spoedige duidelijkheid voor de minderjarige, besloot de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en de zaak spoedig te behandelen.
De rechtbank wees een hernieuwde schorsing af vanwege de omstandigheden en benadrukte dat de vrijheid van de verdachte niet langer kan worden gehandhaafd terwijl hij minderjarig is en duidelijkheid verdient over zijn strafrechtelijke situatie.
Uitkomst: De rechtbank heft de schorsing van de voorlopige hechtenis van de minderjarige verdachte op wegens niet-naleving van de voorwaarden.