ECLI:NL:RBZWB:2021:2407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat na een termijn alsnog werd aanvaard.
Eiser stelde dat overdracht aan Italië indirecte uitzetting naar Ghana zou betekenen in strijd met artikel 3 EVRM Pro en beriep zich op de discretionaire bevoegdheid van verweerder. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen.
De rechtbank vond dat verweerder terecht geen gebruik hoefde te maken van de discretionaire bevoegdheid en verwierp het beroep. Ook het argument dat prejudiciële vragen over de Dublinverordening afgewacht moesten worden, werd niet gevolgd omdat eiser onvoldoende motiveerde dat zijn zaak vergelijkbaar was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.