Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 7 mei 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Wettelijk kader
Beslissing
Rechtsmiddel
De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot: a. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid en de periode van de verlaging van de bijstand, bedoeld in artikel 18, vijfde en zesde lid;
5. Indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt, verlaagt het college de bijstand met 100% voor een bij de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, vastgestelde periode van ten minste een maand en ten hoogste drie maanden. […]; 9. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; 10. Het college stemt een op te leggen maatregel of een opgelegde maatregel af op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te verwerven, indien naar zijn oordeel, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken;