Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
verkoopfacturen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt hieruit niet de door Louwman gestelde afspraak en daarmee de bevoegdheid tot verrekening niet op eenvoudige wijze af te leiden. Louwman heeft haar stelling dat zij de verrekenoverzichten gedurende de huurperiode steeds aan [naam 1] heeft gestuurd ook niet onderbouwd door middel van overlegging van die overzichten. Bovendien heeft te gelden dat Louwman de omvang van haar vordering op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Uit niets blijkt dat zij een bedrag van € 18.690,67 te vorderen heeft van [naam 1] uit hoofde van de gestelde verrekenafspraak. Het had op de weg van Louwman gelegen om uiterlijk op de zitting inzicht te geven in de hoogte van de vordering en de wijze van berekening. Gelet daarop zal aan het verweer voorbij worden gegaan.