Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 12 maart 2021 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beslissing
- verklaart de beroepen, voor zover gericht tegen bestreden besluit I, niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen, voor zover gericht tegen bestreden besluit II, gegrond voor zover deze beroepen zijn gericht tegen ruimtelijke onderbouwing van het project en de afwijking van het welstandsadvies;
- vernietigt bestreden besluit II in zoverre;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van bestreden besluit II;
- draagt verweerder op binnen 8 weken nadat deze uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen een nieuw besluit te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart de beroepen tegen bestreden besluit II voor het overige ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,-- aan eiser sub 1 te vergoeden;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,-- aan eisers sub 2 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser sub 1 tot een bedrag van € 1.068,--;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers sub 2 tot een bedrag van € 1.068,--.