Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten
2.Spoedeisend belang
3.Uitspraak in voorlopige voorziening en beroep
4.Wettelijk kader
5.Beoordeling
.De gemeenteraad had de verklaring van geen bedenkingen volgens verzoekers daarom moeten weigeren.
.
.Dit vraagt wel om een strategie en beleid gericht op het voorkomen van problemen in de kernen. Om die reden kan alleen sprake zijn van een tijdelijke toevoeging van extra woningen. Een beperkte specifieke kwalitatieve opgave op structuurversterkende plekken, kan leiden tot het tijdelijk toevoegen van extra woningen. Kwalitatief toevoegen is daarbij omschreven als de juiste woning voor de doelgroep in het juiste segment.
6.Conclusie
7.Proceskosten en griffierecht
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 359,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.602,-.
(= 4)