Belanghebbende en zijn echtgenote verbleven in 2016 voor drie kwart jaar in Saudi-Arabië vanwege werkzaamheden, maar behielden een woning in Nederland en keerde begin 2017 terug. Belanghebbende vroeg aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over zijn Nederlandse pensioeninkomen gedurende zijn verblijf in Saudi-Arabië.
De inspecteur stelde dat belanghebbende Nederland niet metterwoon had verlaten en dat zijn pensioeninkomen volledig in Nederland belast kon worden. Belanghebbende voerde aan dat hij in Saudi-Arabië woonde en belastingplichtig was, onderbouwd met documenten zoals een rijbewijs en arbeidsovereenkomst.
De rechtbank beoordeelde de fiscale woonplaats op basis van feitelijke omstandigheden en concludeerde dat belanghebbende een duurzame persoonlijke band met Nederland behield. De overgelegde documenten bewezen niet dat belanghebbende in Saudi-Arabië belastingplichtig was volgens het belastingverdrag. De aanslag en belastingrente zijn daardoor terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.