Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 25 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , wonende te [plaatsnaam] , eiser
Procesverloop
28 oktober 2019, heeft het college op grond van de Wmo 2015 aan eiser begeleiding in de vorm van Waakvlambegeleiding toegekend voor de periode van 15 juli 2019 tot en met
6 oktober 2019. Tegen dat besluit heeft eiser op 21 november 2019 bezwaar gemaakt bij het college. Omdat de rechtbank dit bezwaar heeft aangemerkt als een beroep in de zin van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is hieraan een apart procedure-nummer toegekend, namelijk 20/5112 WMO15.
Overwegingen
Feiten
15 juli 2019 tot en met 6 oktober 2019.
Standpunt van het college
Standpunt van eiser
Beoordeling door de rechtbank
Overweging ten overvloede
Proceskosten en griffierecht
€ 525,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.;
- zal de griffie opdragen het door eiser betaalde griffierecht van € 47,- in de procedure tegen het primaire besluit 2 aan eiser terug te betalen.