ECLI:NL:RBZWB:2020:6682

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
28 december 2020
Zaaknummer
02/192994-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kinderrechter legt leerstraf en werkstraf aan minderjarige verdachte op wegens geweld, diefstal en bedreiging

Op 16 december 2020 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte geboren in 2005. De verdachte werd primair verdacht van openlijk in vereniging geweld plegen, diefstal en subsidiair bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd op 23 juli 2020.

De kinderrechter sprak de verdachte vrij van enkele feiten, maar legde voor het overige een leerstraf van 35 uur op, subsidiair 17 dagen jeugddetentie, en een werkstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte moet zich gedurende de proeftijd onthouden van drugs- en alcoholgebruik en medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, inclusief huisbezoeken en meldingsplicht.

De kinderrechter wees tevens schadevergoedingen toe aan verschillende benadeelden: 100 euro immateriële schade aan de eerste benadeelde partij, 10 euro materiële schade aan de derde, en 500 euro immateriële schade aan de vierde, ieder vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 juli 2020. De vorderingen van de tweede benadeelde partij werden niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis tegen de verdachte opgeheven. De kinderrechter benadrukte het belang van de betrokken gecertificeerde instelling Intervence voor toezicht en begeleiding, ondanks zorgen over de continuïteit van financiering en beschikbaarheid van jeugdreclassering.

Uitkomst: De minderjarige verdachte krijgt een leerstraf van 35 uur, een werkstraf van 50 uur met voorwaardelijke jeugddetentie en moet schadevergoedingen betalen aan benadeelden.

Uitspraak

H. Holtgrefe
aantekening mondeling
vonnis

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

LocatieMiddelburg
Parketnummer: 02-192957-20
Volgnummer: 1
Uitspraak van de kinderrechter, mr. B.J. Duinhof, van woensdag 16 december 2020, in de zaak tegen verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] adres [adres]
Tegenspraak KWALIFICATIE:
T.a.v. feit 1 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
T.a.v. feit 4: diefstal
T.a.v. feit 5 meer subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht GEPLEEGD:
T.a.v. feit 1 primair, feit 4, feit 5 meer subsidiair: 23 juli 2020
TOEGEPASTE ARTIKELEN:
36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 285, 310 Wetboek van Strafrecht
BESLISSING:
T.a.v. feit 2, feit 3, feit 5 primair, feit 5 subsidiair:
Vrijspraak
T.a.v. feit 1 primair, feit 4, feit 5 meer subsidiair:
Een leerstraf voor de duur van 35 uren subsidiair 17 dagen jeugddetentie, bestaande uit Tools4U
1) 16 dec 2020 J
Vrijheidsstraf gaat in op met aftrek sedert
en eindigt
De (rest.) verv. vrijheidsstraf bedraagt dagen hecht/arr.
Gezien voor uitvoering, de officier van justitie, Verificatiecode: 7630
02-192957-20/90440092-UV0201

IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111

G949050473549
Verlengd Plus
T.a.v. feit 1 primair, feit 4, feit 5 meer subsidiair:
Een werkstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren
De kinderrechter waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.
Voorwaarde is, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
De kinderrechter stelt als bijzondere voorwaarden:
  • dat verdachte zijn medewerking zal verlenen aan de aan hem aangeboden hulpverlening;
  • dat verdachte meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding;
  • dat verdachte zorg draagt voor een vrijetijdsbesteding;
  • dat verdachte zich gedurende de proeftijd van 2 jaren zal onthouden van het gebruik van drugs en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek
Geeft aan Stichting Intervence te Middelburg, een gecertificeerde instelling (hierna: de GI) die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn:
  • dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt; en
  • dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
De kinderrechter stelt vast dat de GI ten aanzien van deze verdachte nog een actieve rol te spelen heeft op basis van de reeds over hem opgebouwde kennis. Hij merkt in dit verband op dat recente berichtgeving over het staken van de financiering van de GI door de betrokken gemeenten en het ontbreken van toereikende vervolgplannen daarin, aanleiding geeft tot zorg over de daadwerkelijke beschikbaarheid van de tot heden betrokken jeugdreclasseerder.
In de brief van 3 december 2020 aan de Tweede Kamer schrijven minister Dekker en staatssecretaris Blokhuis dat het van belang is dat de minderjarigen bij dezelfde jeugdbeschermer of -reclasseerder kunnen blijven en dat als de continuïteit van de zorg niet geborgd is, er zo nodig maatregelen worden getroffen. Ook de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid hebben bij brief van 7 december 2020 aangegeven zorgen te hebben over de situatie. De minister en staatssecretaris hebben zich achter dit standpunt geschaard.
De kinderrechter benadrukt dat, gelet op de benodigde voortgang in het dossier en de op korte termijn te nemen beslissingen, de onverkorte inzet van de thans betrokken medewerker, en daarmee van Intervence van groot belang is.
t.a.v. feit 1 primair:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 1] , van een bedrag van 100,00 euro, bestaande uit immateriële schade. De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke

IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111

02-192957-20/90440092-UV0201 69490504 735 49
rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] , van een bedrag van 100,00 euro, waarbij de maatregel van gijzeling zal worden bepaald op nul dagen. Voormeld bedrag bestaat immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
t.a.v. feit 3:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] :
Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
t.a.v. feit 4:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 3] , van een bedrag van 10,00 euro, bestaande uit materiële schade. De materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] , van een bedrag van 10,00 euro, waarbij de maatregel van gijzeling zal worden bepaald op nul dagen. Voormeld bedrag bestaat materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
t.a.v. feit 5 meer subsidiair:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 4] , van een bedrag van 500,00 euro, bestaande uit immateriële schade. De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 4] ,

IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111

02-192957-20/90440092-UV0201 G9490504 735 49
van een bedrag van 500,00 euro, waarbij de maatregel van gijzeling zal worden bepaald op nul dagen. Voormeld bedrag bestaat immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Opheffing van het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

De Kinderrechter,

02-192957-20/90440092-UV0201

IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111

6949050473549