Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 februari 2020 in de zaak tussen
[naam eiser 1] ,eiser, wettelijk vertegenwoordigd door [naam eiseres] te [naam woonplaats] , hierna: eisers,
Procesverloop
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
Feiten
Bestreden besluit
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Oordeel van de rechtbank over de geweigerde woningaanpassing
Insteek van de FFT is wat ons betreft met name bevorderen van een gezonde separatie-individuatie, en positieve interactie tussen [naam eiser 2] en anderen, bevorderen van zijn zelfredzaamheid en re-integratie in het derde milieu.” en: “
Ook is het (…) belangrijk voor de ontwikkeling van [naam eiser 2] dat onderwijs en woonomgeving meer van elkaar gescheiden gaan worden. Concreet gezegd dat onderwijs niet meer in de woonkamer plaatsvindt maar in een aparte hiervoor bestemde ruimte al dan niet in huis. Doordat wonen en school nu grotendeels in dezelfde ruimte plaatsvinden lopen beide milieus, die eigenlijk gescheiden zouden moeten zijn, teveel door elkaar wat extra druk legt op [naam eiser 2] en moeder en hun relatie.” De behandelaar heeft in de brief van 1 juli 2018 het advies herhaald over de noodzaak van deze scheiding in ruimtes.
Minderjarige gehandicapten kunnen voor het gebruik van een rolstoel en overige hulpmiddelen alsook voor woningaanpassingen een beroep doen op de Wmo 2015. Voor ondersteuning en zorg die valt onder het begrip jeugdhulp doen zij een beroep op de Jeugdwet.”
Artikel 1.2, eerste lid, onderdeel b, van de Jeugdwet regelt een samenloop met de Wmo en de Jeugdwet, die bij de Wmo 2015 tot verwarrende overlap zou leiden. Onder de huidige formulering zouden ook woningaanpassingen en hulpmiddelen onder de Jeugdwet vallen, terwijl hier alleen de maatwerkvoorziening «begeleiding» (art. 1.1.1 Wmo 2015) is bedoeld.” Uit het voorgaande volgt dat jeugdigen voor woningaanpassingen een beroep kunnen doen op de Wmo 2015. De rechtbank gaat ervan uit dat met woningaanpassingen ook wordt gedoeld op andere maatwerkvoorzieningen ten behoeve van het wonen, zoals bijvoorbeeld een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten wanneer een verhuizing aan de orde zou zijn. Ook die vallen als het om jeugdigen gaat onder de Wmo 2015.
Met de woorden ‘deelnemen aan het maatschappelijk verkeer’ wordt niet alleen gedoeld op de mogelijkheden van de jeugdige om actief betrokken te zijn bij de maatschappij, maar ook op hoe hij zelf zijn steentje bij kan dragen aan de maatschappij, mee kan denken en mee kan doen, mogelijkheden heeft voor het beoefenen van sport en cultuur en voorbereid is op zijn toekomst door het behalen van een diploma, het vinden van werk en het zelf in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.” Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat jeugdhulp ook kan zien op voorzieningen die de jeugdige in staat stellen om een diploma te behalen.
Oordeel van de rechtbank over de geweigerde huishoudelijke ondersteuning
Griffierecht
Proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 47,00 aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.050,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.