Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[verdachte] jonge, gewoon in brand gestoken”.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
- shockschadevergoeding (immateriële schade): € 40.000,--
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging 02/800104-17
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van twintig jaar;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verpleging van overheidswege;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een
gevangenisstraf van 10 maanden;
€ 536.536,95, waarvan € 476.536,95 ter zake van materiële schade en € 60.000,00 ter zake van immateriële schade;
328 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 61.105,26, waarvan € 1.105,26 ter zake van materiële schade en € 60.000,00 ter zake van immateriële schade;
37 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
althans opzettelijkvan het leven heeft beroofd, door genoemde [slachtoffer] met (een) brandbare stof(fen) te overgieten en/of te besprenkelen en/of vervolgens die [slachtoffer] in brand te steken ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
(art 289 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 287 Wetboek Pro van Strafrecht).