De bestuurder van een vennootschap werd door Swishfund aangesproken op grond van een borgstellingsovereenkomst die digitaal was ondertekend. Swishfund stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen via een digitale handtekening conform de eidas-verordening. De bestuurder betwistte dit en kwam in verzet tegen een verstekvonnis.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte digitale handtekening niet voldeed aan de eisen van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening zoals bedoeld in de eidas-verordening en artikel 3:15a BW. De methode van ondertekening, waaronder een SMS-code, bood onvoldoende zekerheid dat de ondertekenaar daadwerkelijk de bestuurder was. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de borgstellingsovereenkomst rechtsgeldig was gesloten.
Omdat de borgstelling niet rechtsgeldig was, werd de vordering van Swishfund afgewezen en het verstekvonnis vernietigd. Swishfund werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de bestuurder werd veroordeeld in de kosten die voortvloeiden uit zijn aanvankelijke niet-verschijnen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.