Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 11 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Tussenuitspraak
Standpunt van het college
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
brutodie ziet op de periode van 1 tot en met 22 augustus 2017 (terwijl er over de periode van 23 tot en met 31 augustus 2017 moet worden teruggevorderd) te corrigeren door van zijn berekening € 561,46 af te trekken. Deze correctie is echter niet juist, omdat het bedrag van € 561,46 een
nettobedrag is, namelijk het verschil tussen het netto bedrag over de periode van 1 tot en met 22 augustus 2017 van € 950,15 en het netto bedrag over de periode van 23 tot en met 31 augustus 2017 van € 388,69.
brutomin € 561,46
netto.
Conclusie
Griffierecht en proceskosten
https://9292.nl( per persoon 2 x 2,56).
Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de intrekking van de uitkering ongegrond;
- verklaart het beroep met betrekking tot de terugvordering gegrond;
- vernietigt bestreden besluit 1 met betrekking tot het teruggevorderde bedrag over de periode 23 augustus 2017 tot en met 31 december 2017 en bepaalt dat de hoogte van het terugvorderingsbedrag over voornoemde periode € 6.512,46 bruto bedraagt;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit 1;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 46,00 aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.372,74.
www.rechtspraak.nl.