Eiseres, een werkgever, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering van haar ex-werkneemster voort te zetten na een eerstejaarsbeoordeling. De ex-werkneemster was 52 weken arbeidsongeschikt en ontving sinds 2 juli 2018 een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 april 2019, maar verklaarde het bezwaar van de ex-werkneemster gegrond.
De rechtbank stelde vast dat het UWV haar medische beoordeling baseerde op rapportages van een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). Deze artsen namen beperkingen aan, onder meer op sociaal functioneren en urenbeperking, voornamelijk gebaseerd op verklaringen van de ex-werkneemster zelf. De rechtbank vond dat het UWV onvoldoende medische informatie had ingewonnen bij behandelaars, waardoor het besluit een onderzoeks- en motiveringsgebrek vertoont.
De rechtbank gaf het UWV de gelegenheid om binnen 12 weken het gebrek te herstellen door aanvullende informatie op te vragen bij de behandelaar of huisarts van de ex-werkneemster. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De rechtbank benadrukte het belang van zorgvuldige en goed onderbouwde besluiten, zeker gezien de belangen van de werkgever.
De uitspraak is een tussenuitspraak; het hoger beroep is nog niet mogelijk en kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.