Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en te overzien was, en
- onvoldoende rechts heeft gehouden,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 240 uren;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
9.Bijlage I
-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en/of te overzien was en/of
-onvoldoende rechts heeft gehouden,
(Artikel art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 mei 2018 te Werkendam, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Lijnoorden, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en/of te overzien was en/of
-onvoldoende rechts heeft gehouden,
(Artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994)