ECLI:NL:RBZWB:2020:3032
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens hennephandel
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Tilburg tot sluiting van een bedrijfspand en erf voor drie maanden vanwege de vondst van 2.194 gram softdrugs in het pand. Het pand was gekraakt en werd als woning gebruikt.
Verzoeker stelde dat het aangetroffen softdrugs knipafval betrof en dat de belangen van overige bewoners niet waren meegewogen. De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b Opiumwet tot sluiting wegens aanwezigheid van hennep.
De rechter concludeerde dat de sluiting betrekking had op het gehele pand en erf, mede omdat de hennep in een gezamenlijke ruimte was aangetroffen. De belangenafweging wees uit dat de burgemeester redelijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen.
Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.