ECLI:NL:RBZWB:2020:2911
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering ontheffing parkeren voor garage-uitrit
Eiser, woonachtig in een appartementencomplex met garageboxen, verzocht om ontheffing van het parkeerverbod voor de uitrit van zijn garage. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat de brief van eiser als aanvraag moet worden gezien en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de uitmonding van de garagebox als uitrit in de zin van het RVV moet worden aangemerkt, waardoor parkeren voor de garage zonder ontheffing verboden is. Het beleid van verweerder om in principe geen ontheffingen te verlenen is niet onrechtmatig en strookt met het belang van verkeersveiligheid.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het langdurig parkeren voor de garage en het gebruik van de garage voor andere doeleinden zijn onvoldoende om een ontheffing te rechtvaardigen. Het primaire besluit blijft daarom in stand, het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit in stand gelaten en het griffierecht aan eiser vergoed.