Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is sinds augustus 2015 houder van een Fiat Multipla die als bestelauto werd aangemeld en waarvoor het lagere bestelautotarief motorrijtuigenbelasting werd betaald. Tijdens een controle in juli 2017 constateerde de Belastingdienst dat de auto een zijruit aan de linkerzijde van de laadruimte had, waardoor niet aan de wettelijke inrichtingseisen voor bestelauto’s werd voldaan.
De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op voor het verschil tussen het bestelautotarief en het hogere personenautotarief, en tegelijkertijd een verzuimboete van 100% van de naheffing. Belanghebbende voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de inrichtingseisen en dat de auto alleen zakelijk werd gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de objectieve inrichtingseisen niet werden nageleefd. De boete is eveneens terecht, omdat belanghebbende onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door niet zelf de eisen te controleren, ondanks dat hij afging op de garagehouder. Wel acht de rechtbank matiging van de boete op zijn plaats vanwege het directe herstel van de situatie na de controle en het feit dat belanghebbende een administratiekantoor heeft, waardoor enige kennis van fiscale regels mag worden verwacht.
De boete wordt daarom verminderd tot €750. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft en ongegrond voor het overige. De inspecteur wordt tevens gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bevestigd, boete gematigd tot €750.