Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [naam woonplaats 1] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Ik slaap meestal heel de week bij [naam mevrouw] . Ik kom in mijn woning om mijn post op te halen. Ik heb vorig jaar in het ziekenhuis gelegen. Ik heb hier toen in maart 2018 een gesprek gehad met [naam persoon] . Sindsdien slaap ik bij [naam mevrouw] in de gemeente [naam woonplaats 2] . Nadien, is [naam mevrouw] ziek geworden en die heb ik toen geholpen. wij zorgen eigenlijk voor elkaar. Ik heb dit jaar in januari 2018 ook in het ziekenhuis gelegen en toen ik werd ontslagen heeft [naam mevrouw] mij verzorgd in [naam woonplaats 2] . Deze situatie heeft maanden geduurd.”
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 (zaak 19/2986) gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1, voor zover dit ziet op de intrekking en terugvordering over de periode van 11 april 2018 tot 8 augustus 2018;
- draagt het college op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 (zaak 19/5076) ongegrond;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.