ECLI:NL:RBZWB:2020:2567
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser, een man met diffuse pijnklachten en hypertensie, ontving vanaf 13 september 2018 een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 14 juli 2019 na een eerstejaars beoordeling waarin werd vastgesteld dat eiser meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met passend werk.
De medische beoordeling, gebaseerd op onderzoeken door een verzekeringsgeneeskundige en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, concludeerde dat eiser lichte beperkingen heeft maar geen noodzaak voor urenbeperking. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en adequaat was uitgevoerd en dat de belastbaarheid van eiser juist was ingeschat.
De arbeidsdeskundige beoordeling stelde dat eiser met passend werk minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiser bracht geen concrete medische of arbeidsdeskundige tegenargumenten naar voren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering te beëindigen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 14 juli 2019.