ECLI:NL:RBZWB:2020:2367
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgindicatie Wet langdurige zorg wegens ontbreken verstandelijke handicap voor 18e jaar
Belanghebbende vroeg op 24 april 2019 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees dit verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat belanghebbende een verstandelijke handicap had die al voor zijn 18e jaar aanwezig was.
Eiseres, curatrice van belanghebbende, voerde aan dat belanghebbende verstandelijk beperkt is en dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de oorsprong van deze beperking. Ter onderbouwing overlegde zij rapporten van GGZ en UZ Leuven. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende weliswaar een verstandelijke beperking en psychische problemen heeft, maar dat uit de IQ-scores en medische informatie niet blijkt dat deze beperking al voor het 18e jaar bestond.
De rechtbank volgde het CIZ in haar standpunt dat middelengebruik sinds 2006 mogelijk het functioneren heeft beïnvloed en dat gedragsproblemen tijdens de schoolperiode niet duiden op een verstandelijke handicap. Ook oordeelde de rechtbank dat het CIZ niet verplicht was nader onderzoek te doen, omdat geen verstandelijke handicap was vastgesteld.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van het CIZ in stand. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CIZ wordt ongegrond verklaard omdat geen verstandelijke handicap voor het 18e jaar is vastgesteld.