ECLI:NL:RBZWB:2019:5433
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering uitkering Participatiewet na intrekking
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot terugvordering van een te hoog ontvangen uitkering op grond van de Participatiewet. De terugvordering volgde op een intrekkingsbesluit wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank overwoog dat de schending van de inlichtingenplicht vaststaat en dat het college op grond van artikel 58 van Pro de Participatiewet verplicht is tot terugvordering, tenzij dringende redenen zich voordoen. Eiseres voerde aan dat de terugvordering tot onaanvaardbare financiële en sociale gevolgen leidt en dat haar rechten op een behoorlijke levensstandaard worden geschonden, mede onder verwijzing naar internationale verdragen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds september 2018 weer een uitkering ontvangt en door haar kinderen wordt ondersteund, en dat de stelling dat zij op straat staat niet klopt. De rechtbank oordeelde dat geen dringende redenen zijn aangetoond om van terugvordering af te zien. Ook oordeelde de rechtbank dat de genoemde verdragsbepalingen geen directe bescherming bieden en dat het beroep daarom ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de uitkering wordt ongegrond verklaard.