Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 2 jaar;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 november 2019 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het gedurende vijf maanden dealen van harddrugs en het samen met zijn echtgenote aanwezig hebben van hard- en softdrugs in hun woning te Roosendaal.
De tenlastelegging omvatte onder meer cocaïne, amfetamine, heroïne, GHB, MDMA, LSD, hasjiesj en hennep. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte cocaïne, amfetamine, MDMA en GHB had verhandeld, evenals het medeplegen van het bezit van heroïne, hasjiesj en hennep. Verdachte werd vrijgesproken van het dealen van heroïne en LSD vanwege onvoldoende bewijs.
De rechtbank concludeerde dat ook de echtgenote van verdachte op de hoogte was van de drugs in de woning, mede door de plaatsing van de drugs in gezamenlijke ruimtes en haar tegenstrijdige verklaringen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht. De rechtbank vond de straf passend gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en de aanwezigheid van drugs in een woning met kinderen.
De rechtbank wees de verzoeken van de verdediging tot een lichtere straf af en constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden, maar achtte dit niet reden voor matiging van de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf voor het dealen en bezit van hard- en softdrugs.