Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Overwegingen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 25 mei 2018 een elektrische auto op een parkeerplaats met een oplaadpaal in een betaald parkeergebied in Breda. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat geen geldig parkeerkaartje aanwezig was.
De kern van het geschil betrof de vraag of voor het parkeren op een oplaadparkeerplaats voor elektrische voertuigen binnen een betaald parkeergebied parkeerbelasting verschuldigd is. Belanghebbende stelde dat het verkeersbord E04 met het onderbord 'alleen voor opladen elektrische voertuigen' een vrijstelling van parkeerbelasting impliceerde.
De rechtbank oordeelde dat dit bord slechts aangeeft dat de parkeerplaats bestemd is voor het opladen van elektrische voertuigen, maar geen vrijstelling van parkeerbelasting inhoudt. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter onderbouwing. Omdat geen parkeerbelasting was voldaan, was de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Daarnaast stelde de rechtbank dat de verkeerssituatie voldoende duidelijk was en dat belanghebbende een onderzoeksplicht had om te verifiëren of parkeerbelasting verschuldigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank sprak geen proceskostenveroordeling uit en beperkte zich tot de beoordeling van de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard; parkeerbelasting is verschuldigd op de oplaadparkeerplaats.