ECLI:NL:RBZWB:2019:282
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandsuitkering in de vorm van geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om zijn bijstandsuitkering gedurende 14 maanden en 3 weken toe te kennen in de vorm van een geldlening. Het college baseerde dit op het feit dat eiser te snel had ingeteerd op zijn vermogen, wat duidt op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Eiser betwistte onder meer de berekening van het in te teren vermogen, met name de niet in mindering gebrachte kosten die verband houden met zijn verkochte woning en de opname van gokwinsten als inkomsten. De rechtbank oordeelde dat de kosten die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan de verkoop van de woning normale kosten van het dagelijks bestaan zijn en terecht niet in mindering zijn gebracht. Ook de stortingen op de bankrekening, die eiser deels als gokwinsten erkende, mochten als inkomsten worden meegeteld.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat inzetten en verliezen bij gokken niet in mindering kunnen worden gebracht bij de vaststelling van het in aanmerking te nemen vermogen. Het college heeft daarmee de juiste uitgangspunten gehanteerd. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering mocht terecht als geldlening worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering is terecht als geldlening toegekend vanwege tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.