Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 december 2018,
- de akte uitlating tegenbewijs van de zijde van [gedaagde] ,
- de antwoordakte van de zijde van [eiser] .
2.De verdere beoordeling
dat de hond van rechtsachter hem naar links zou zijn verplaatst”, het niet aannemelijk is dat de hond in de richting van de fiets is gelopen.
dat hij niet heeft gemerkt dat [naam hond] van rechts achter mij naar links is gegaan, maar als de heer [eiser] zegt dat hij door [naam hond] geschrokken raakte, zou dat zeker zo zijn”.