Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 10 december 2018 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2], te Waalwijk, verzoekers,
de burgemeester van de gemeente Waalwijk, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
volledigvan sluiting had dienen af te zien. Wanneer het aantreffen van de drugs op 12 september 2018 als eerste overtreding wordt aangemerkt, zou op grond van het beleid een sluiting gedurende drie maanden worden gelast. Met inachtneming van deze uitgangspunten, zal de voorzieningenrechter het besluit schorsen, voor zover de sluitingstermijn de periode van drie maanden overschrijdt.
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat de woonwagen en schuur uiterlijk met ingang van 14 december 2018, 10.00 uur gesloten moeten zijn, op straffe van bestuursdwang en
- schorst het bestreden besluit voor zover de sluitingstermijn daarin de periode van drie maanden overschrijdt;
- wijst het verzoek voor het overige af;
- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 170,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt de burgmeester in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.002,-.