Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 november 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Beoordeling
2018.2019
2019.2020
2020.2021
2021.2022
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het aantal uren extra huishoudelijke hulp gedurende vakantieperiodes niet nader is gespecificeerd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.