Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gefailleerde],
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 180.000,00, zij het dat (de advocaat van) De Keyzer wel graag de instemming van de curator wenste voor deze regeling, omdat onduidelijk was of [gefailleerde] , gezien haar faillissement, als (indirect) bestuurder bevoegd was om PWC deugdelijk te vertegenwoordigen. Daarop heeft de advocaat van De Keyzer in oktober 2014 contact opgenomen met de curator, waarna de curator in gesprek is gegaan met (de advocaten van) De Keyzer en PWC. De curator heeft uiteindelijk geen toestemming verleend voor de regeling.
‘(…) Ik heb vanochtend derhalve overleg gevoerd met het voltallige bestuur en zij stemt in met de schikking, waarmee deze wat mij betreft rond is (laatste bijlage).’
€ 180.000,00 tegen finale kwijting. In verband met het risico van een faillissement van PWC, hebben partijen afgesproken dat de appelprocedure gedurende een jaar op de continuatierol wordt geplaatst en na ommekomst van dat jaar door De Keyzer van de rol wordt gehaald, tenzij vanwege PWC door een curator de rechtsgeldige vernietiging wordt ingeroepen van deze regeling. In dat geval zal de procedure worden opgebracht en zal er worden voortgeprocedeerd.
4.De beslissing
€ 11.641,50,