ECLI:NL:RBZWB:2018:420
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor stabilisatie landtong en verondieping Veense Plassen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het stabiliseren van de landtong en het verondiepen van de Veense Plassen. Eiser stelde dat het college het advies van de bezwaarschriftencommissie onterecht naast zich neer heeft gelegd en dat er geen juiste belangenafweging is gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat het college gebonden is aan het planologisch regime en dat de vergunning geweigerd moet worden indien de aanleg in strijd is met de regels daarvan. Er is geen ruimte voor een belangenafweging buiten deze regels. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de bezwaarschriftencommissie een integrale belangenafweging heeft voorgeschreven.
Verder is vastgesteld dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de stabilisatie van de landtong en dat de gronden niet minder geschikt worden voor de bestemming “water”. De privaatrechtelijke belemmeringen van eiser zijn niet relevant binnen het toetsingskader van de Wabo. Ook is geen sprake van vooringenomenheid of détournement de pouvoir door het college.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek van eiser af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor stabilisatie en verondieping wordt ongegrond verklaard.