ECLI:NL:RBZWB:2018:3646
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens overschrijding inkomensgrens
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn WW-uitkering per 1 mei 2017 werd beëindigd omdat zijn inkomsten die maand hoger waren dan 87,5% van zijn maandloon. Eiser betwistte dat zijn eerste werkdag 1 mei was, hij startte volgens eigen opgave op 15 mei 2017, en meende recht te hebben op uitkering tot die datum.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 20 van Pro de WW het recht op uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin het inkomen meer dan 87,5% van het maandloon bedraagt. Het UWV had op basis van gegevens uit Suwinet vastgesteld dat de inkomsten van eiser over mei 2017 €1.685,45 bedroegen, meer dan de grens van €1.577,70. Dit rechtvaardigt de beëindiging van de uitkering per 1 mei 2017.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser te veel WW-uitkering heeft ontvangen over mei 2017, welke het UWV terecht heeft teruggevorderd. Er zijn geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot beëindiging en terugvordering van de WW-uitkering per 1 mei 2017 wordt ongegrond verklaard.