ECLI:NL:RBZWB:2018:2324
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde zorgtoeslag ondanks persoonlijk faillissement
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 2 september 2017 waarin de definitieve berekening van het recht op zorgtoeslag voor 2015 werd vastgesteld op nul, terwijl eiser een voorschot had ontvangen. Hierdoor werd een bedrag van €1.866,- inclusief rente teruggevorderd.
Eiser voerde aan dat hij vanwege een persoonlijk faillissement in 2014-2015 niet zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van zijn inkomensgegevens, omdat dit via zijn curator verliep. De rechtbank oordeelde echter dat eiser ondanks het faillissement verantwoordelijk bleef voor zijn eigen administratie en het tijdig aanleveren van de juiste gegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen het toetsingsinkomen correct had vastgesteld op basis van de gegevens van de inspecteur en dat de terugvordering terecht was. De enkele verschrijving in het besluit waarbij ten onrechte 'zorgtoeslag 2016' werd genoemd, werd als een kennelijke verschrijving beoordeeld die geen gevolgen had voor het besluit.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat de terugvordering van teveel betaalde toeslagen dwingendrechtelijk is en niet kan worden gematigd of afgezien, ook niet bij omstandigheden zoals een persoonlijk faillissement.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van teveel betaalde zorgtoeslag bevestigd.