ECLI:NL:RBZWB:2017:5846

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 augustus 2017
Publicatiedatum
13 september 2017
Zaaknummer
02/334037 / HA RK 17-160
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Poerink
  • van Kralingen
  • van Roij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek kantonrechter na einduitspraak bewindvoering

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die op 29 mei 2017 een beschikking heeft gegeven tot het instellen van een bewind over zijn goederen. Hij stelt dat de beschikking niet in overeenstemming is met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en betwijfelt het beoordelingsvermogen van de kantonrechter.

De rechtbank beoordeelt dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wraking mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een rechter kunnen aantasten, maar niet nadat een einduitspraak is gedaan. Omdat de beschikking van 29 mei 2017 een einduitspraak betreft, is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

De rechtbank wijst er verder op dat reeds gewezen beslissingen alleen via rechtsmiddelen zoals hoger beroep kunnen worden aangevochten. Ook zal de rechtbank geen onderzoek doen naar andere uitspraken van de afgelopen vijf jaar zoals door verzoeker gevraagd.

De beslissing is genomen zonder zitting en in afwijking van het uitgangspunt van artikel 36 Wvbr Pro, conform de praktijk van de Hoge Raad. Het wrakingsverzoek wordt formeel niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek betrekking heeft op een reeds gewezen einduitspraak.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Middelburg
zaaknummer: 02/334037 / HA RK 17-160
Beslissing van 30 augustus 2017
inzake
het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering van
[naam verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
  • de beschikking van 29 mei 2017 van de kantonrechter in Middelburg, waarbij een bewind is ingesteld over de goederen van verzoeker;
  • het e-mailbericht van 31 juli 2017 van verzoeker aan de familiegriffie, waarin hij verzoekt om wraking van de betreffende kantonrechter.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van [naam gewraakte rechter] , kantonrechter, (hierna te noemen: de kantonrechter) die belast was met de behandeling van de zaak met nummer [zaaknummer] betreffende een verzoek tot instelling van een bewind over de goederen van verzoeker. Die zaak is op 29 mei 2017 geëindigd met een beschikking van de kantonrechter waarbij een bewind over alle goederen van verzoeker is ingesteld.

3.De gronden van het wrakingsverzoek en het standpunt van verzoeker

3.1.
Verzoeker schrijft dat de gevolgen van het ingestelde bewind duidelijk worden. Hij stelt dat het nu duidelijk is dat de beschikking van 29 mei 2017 van de kantonrechter niet in overeenstemming is met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Door haar te wraken wil verzoeker de incompetentie en het beoordelingsvermogen van de kantonrechter ter discussie stellen.
3.2.
Verzoeker wil voorkomen dat de kantonrechter nog meer slachtoffers maakt die minder mondig zijn dan hij. Vanuit het algemeen belang wil hij dat de kantonrechter uit haar functie wordt ontheven totdat een onafhankelijke commissie een onderzoek instelt naar de gang van zaken bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant en naar alle door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnissen in de afgelopen vijf jaar.

4.De beoordeling

4.1.
Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek kan worden gedaan in elke stand van het geding.
4.2.
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer een geding is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan (zie onder meer de uitspraak van 18 december 1998 van de Hoge Raad, die is gepubliceerd als ECLI:NL:HR:1998:AD2977 en waarnaar wordt verwezen in het Wrakingsprotocol van de rechtbank). Aangezien verzoeker de kantonrechter wraakt in een zaak waarin op 29 mei 2017 een eindbeslissing is genomen, is zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Dat betekent dat zijn wrakingsverzoek niet inhoudelijk beoordeeld zal worden. Uitgesproken beslissingen kunnen alleen ter discussie worden gesteld door het instellen van een rechtsmiddel, zoals hoger beroep. Reeds hierom zal de rechtbank ook geen onderzoek doen naar alle beslissingen die in de afgelopen vijf jaren zijn uitgesproken.
4.3.
In de niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek ziet de rechtbank aanleiding om – in afwijking van het in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Raechtsvordering neergelegde uitgangspunt en in navolging van de praktijk bij de Hoge Raad – uitspraak te doen zonder dat het wrakingsverzoek ter zitting wordt behandeld.

5.De beslissing

De rechtbank:
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven op 30 augustus 2017 door mr. Poerink, mr. van Kralingen en mr. van Roij, in aanwezigheid van mr. de Baar, griffier, en in het openbaar uitgesproken.