De ouders van een minderjarige, die onder toezicht is gesteld en in een pleeggezin verblijft, verzochten de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) van 28 april 2017 vervallen te verklaren. Deze aanwijzing beperkte de contactregeling die eerder door de rechtbank was vastgesteld. De GI had een nieuwe, beperktere bezoekregeling ingesteld zonder voldoende overleg en zonder de ouders de mogelijkheid te bieden hun zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de GI van 28 april 2017 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden beschouwd en dat de GI niet bevoegd was om de contactregeling te wijzigen zonder nieuwe feiten en omstandigheden voldoende te motiveren. Tevens was de totstandkoming van de schriftelijke aanwijzing onzorgvuldig, omdat de ouders niet vooraf werden gehoord en er geen adequate motivering was.
Daarom verklaarde de rechtbank de schriftelijke aanwijzing vervallen en herleefde de contactregeling zoals vastgesteld bij beschikking van 1 maart 2017. Het verzoek om een nieuwe contactregeling werd afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige procedurele stappen en motivering bij het beperken van contact tussen ouder en minderjarige.