Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de berekening van de belastingrente over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2014, omdat volgens hem de rente één dag te lang was berekend, wat neerkwam op een belang van €5.
De rechtbank oordeelt dat de belastingrente juist is berekend tot en met 8 januari 2016, omdat de aanslag invorderbaar wordt zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet, zijnde 27 november 2015. Dit betekent dat de aanslag pas op 9 januari 2016 om 0:00 uur invorderbaar is, zodat de rente berekening tot en met de dag ervoor correct is.
De rechtbank baseert zich op artikel 37fc van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waarin staat dat de rente enkelvoudig wordt berekend vanaf zes maanden na het belastingtijdvak tot de dag voorafgaand aan de invorderbaarheidsdatum volgens artikel 9 van Pro de Invorderingswet 1990.
Omdat belanghebbende uitging van een onjuiste lezing van artikel 9 IW Pro, is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, mede omdat de inspecteur hier niet om heeft verzocht.
De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier B. Knezevic op 11 mei 2017 te Breda.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van de belastingrente wordt ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd.