ECLI:NL:RBZWB:2017:2170
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van artikel 5 van het Dagloonbesluit in relatie tot het loondervingsbeginsel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV inzake de vaststelling van haar dagloon voor de WW-uitkering. Zij stelt dat het vastgestelde dagloon haar werkelijke loon niet weerspiegelt en dat het berekend moet worden door de totale loonsom te delen door het aantal loondagen.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke regeling in artikel 1b van de WW het dagloon berekent als 1/261 deel van het loon in de referteperiode, en dat het Dagloonbesluit deze systematiek volgt. Hoewel dit in sommige gevallen kan leiden tot een relatief laag dagloon, acht de rechtbank dit niet in strijd met het loondervingsbeginsel, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank constateert dat de minister het Dagloonbesluit inmiddels heeft gewijzigd en een compensatieregeling heeft ingesteld, maar dat dit geen reden is om artikel 5 van Pro het besluit onverbindend te verklaren. Eiseres heeft bovendien nog geen verzoek tot voorschotten op de compensatieregeling ingediend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het vastgestelde dagloon wordt ongegrond verklaard.