Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 3 maart 2017 van de meervoudige kamer in de zaken tussen
[Naam persoon2] , te [Plaats2] , eiser 1,
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- primair besluit I (beschikkingsnummer: 15001589): een boete aan eiser 1 ( [Naam persoon2] ) als medepleger ter hoogte van een bedrag van € 75.500,-;
- primair besluit II (beschikkingsnummer: 15001593): een boete aan eiser 1 ( [Naam persoon2] ) als feitelijk leidinggevende / opdrachtgever van eiseres 2 ter hoogte van een bedrag van € 75.500,-;
- primair besluit III (beschikkingsnummer: 15001578): een boete aan eiseres 1 [Naam bedrijf1] ) als medepleger ter hoogte van een bedrag van € 205.500,-;
- primair besluit IV (beschikkingsnummer: 14006409): een boete aan eiseres 2 ( [Naam bedrijf2] ) als medepleger ter hoogte van een bedrag van € 205.500,-;
- primair besluit V (beschikkingsnummer: 15001590): een boete aan eiseres 3 ( [Naam bedrijf3] ) als medepleger ter hoogte van een bedrag van € 205.500,-;
- primair besluit VI (beschikkingsnummer: 15001591): een boete aan eiser 2 ( [Naam persoon] ) als medepleger ter hoogte van een bedrag van € 75.500,-.
aanvoerwijzen eisers op de omstandigheid dat ten aanzien van bepaalde aangevoerde vrachten dierlijke meststoffen met extreme fosfaatgehalten sprake is van gemanipuleerde mestmonsters. Verder stellen eisers dat de door [Naam bedrijf4] ( [Naam bedrijf4] ) aangevoerde vrachten buiten beschouwing moeten worden gelaten, nu bij dit bedrijf onregelmatigheden hebben plaatsgevonden.
eindvoorraadhebben eisers onder meer gesteld dat de staatssecretaris deze omvang ten onrechte heeft gebaseerd op uitlatingen van [Naam persoon2] , nu deze uitlatingen zijn gedaan alvorens aan hem de cautie was gegeven. Verder hebben eisers gesteld dat de staatssecretaris de totale eindvoorraad dierlijke meststoffen en de fosfaatgehalten van deze eindvoorraad onjuist heeft vastgesteld.
- mest in ontvangsthallen: 2.500 ton;
- mest in 8 tunnels á 600 ton: 4.800 ton;
- mest in vertrekhal: 100 ton;
- struviet 100 ton.
xeen gemiddeld fosfaatgehalte van 26,626 gram per kilogram = 66.565 kilogram fosfaat;
xeen gemiddeld fosfaatgehalte van 35,214 gram per kilogram = 172.584,60 kilogram fosfaat;
xeen fosfaatgehalte van 113,68 gram per kilogram = 11.368 kilogram fosfaat.
naastde ondernemingen die de overtreding hebben gepleegd ook de feitelijk leidinggevende als overtreder een boete op te leggen. Daaruit volgt echter niet dat dezelfde natuurlijke persoon kan worden beboet als medepleger en als feitelijke leidinggevende. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze artikelen daarvoor niet bedoeld. Voor de uitleg van het begrip ‘dezelfde overtreding’ als bedoeld in artikel 5:43 van Pro de Awb moet aansluiting worden gezocht bij de strafrechtelijke jurisprudentie inzake ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Daarbij speelt de juridische aard van de feiten en de gedraging van de verdachte een belangrijke rol. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de uitspraak van de CBb van 31 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:91.
- € 331,- voor de beroepen van eiser 1 en eiseres 1 met zaaknummers BRE 15/8033 WET, BRE 15/8037 WET en BRE 15/8042 WET;
- € 331,- voor het beroep van eiseres 2 met zaaknummer BRE 16/634 WET;
- € 331,- voor het beroep van eiseres 3 met zaaknummer BRE 15/8259 WET;
- € 167,- voor het beroep van eiser 2 met zaaknummer BRE 15/8260 WET.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten I tot en met VI;
- herroept het primaire besluit I en bepaalt dat aan eiser 1 ( [Naam persoon2] ) als medepleger een bestuurlijke boete wordt opgelegd ter hoogte van een bedrag van € 12.828,16 (zaaknummer: BRE 15/8033 WET);
- herroept het primaire besluit II en bepaalt dat aan eiser 1 [Naam persoon2] ) als feitelijk leidinggevende geen bestuurlijke boete wordt opgelegd (zaaknummer: BRE 15/8037 WET);
- herroept het primaire besluit III en bepaalt dat aan eiseres 1 ( [Naam bedrijf1] ) als medepleger een bestuurlijke boete wordt opgelegd ter hoogte van een bedrag van € 12.828,16 (zaaknummer: BRE 15/8042 WET);
- herroept het primaire besluit IV en bepaalt dat aan eiseres 2 ( [Naam bedrijf2] ) als medepleger een bestuurlijke boete wordt opgelegd ter hoogte van een bedrag van € 12.828,16 (zaaknummer: BRE 16/634 WET);
- herroept het primaire besluit V en bepaalt dat aan eiseres 3 ( [Naam bedrijf3] ) geen bestuurlijke boete wordt opgelegd (zaaknummer: BRE 15/8253 WET);
- herroept het primaire besluit VI en bepaalt dat aan eiser 2 ( [Naam persoon] ) geen bestuurlijke boete wordt opgelegd (zaaknummer: BRE 15/8260 WET);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van in totaal € 1.160,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eisers tot een bedrag van in totaal € 1.485,-.