Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 2 december 2016 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Dit wetsvoorstel regelt dat gemeenten mensen met beperkingen en problemen zo nodig moet ondersteunen opdat zij zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving kunnen blijven leven. De gemeentelijke verantwoordelijkheid houdt echter op indien iemand kampt met een zodanig ernstige problematiek dat hij op grond van de wettelijke aanspraken in de AWBZ in aanmerking komt voor opneming in een instelling. Indien bij het onderzoek blijkt dat iemand beschikt over een indicatiebesluit voor, en daarmee een recht op AWBZ-zorg, kan het college derhalve weigeren een maatwerkvoorziening te verstrekken dan wel een al toegekende maatwerkvoorziening te beëindigen. Het zesde lid legt deze bevoegdheid vast. (…) Als de cliënt al geïndiceerd is voor de AWBZ, heeft die cliënt recht op AWBZ-zorg en is terugverwijzing naar de gemeente niet meer aan de orde. Als het CIZ tot het oordeel komt dat een AWBZ-indicatie niet kan worden verkregen, is het aan het college en – bij behoefte aan verpleging en verzorging – de zorgverzekeraar om alsnog (weer) in de benodigde ondersteuning en zorg te voorzien.”
Voor Wlz-indiceerbaren wordt het pgb krachtens artikel 11.1.2, zevende lid, van de wet bepaald aan de hand van het oude recht. Hun persoonsgebonden budget verandert niet t.o.v. 2014 onder de AWBZ, behalve dat de bedragen worden opgehoogd met een vast bedrag voor huishoudelijke hulp (vijfde en derde lid) omdat de combinatie met een Wmo-pgb voor huishoudelijke hulp niet mogelijk is.”Daaraan is in de toelichting op de wijziging van de Rlz met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 (Stcrt. 2015, 11135, p. 8) toegevoegd:
“(…) Overigens is inmiddels ook gebleken dat er verzekerden zijn die in 2015 naast de bedoelde toeslag op het Wlz-pgb een pgb voor huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 hebben ontvangen. Zij hebben dus in totaal een te hoog bedrag voor huishoudelijke verzorging gekregen. Dat is niet de bedoeling. Daarom zal gemeenten worden geadviseerd het pgb dat op grond van de Wmo 2015 wordt verstrekt met ingang van 1 juli 2015 te beëindigen.”