ECLI:NL:RBZWB:2016:6746
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening hulp bij het huishouden wegens mantelzorg door dochter
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk om haar verzoek om een voorziening voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015 af te wijzen. Het college baseerde de weigering op het feit dat eiseres binnen haar sociale netwerk hulp ontvangt van haar dochter, waardoor geen compensatie via de Wmo mogelijk is.
Tijdens de zitting en het onderzoek heeft eiseres gesteld dat zij haar dochter contant betaalt voor de huishoudelijke hulp, onderbouwd met kwitanties. De rechtbank stelde echter vast dat een van de kwitanties een onmogelijke datum bevatte (29 februari 2015), wat twijfel opriep over de echtheid van de betalingen. Ook was het onwaarschijnlijk dat eiseres, gezien haar lage inkomen, de hoge bedragen contant kon betalen zonder nadere onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat haar dochter betaald werd voor de hulp. Hierdoor kwalificeert de hulp als mantelzorg. Volgens de Wmo 2015 en de gemeentelijke verordening bestaat geen recht op een voorziening als mantelzorg de beperkingen voldoende compenseert. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de dochter mantelzorg verleent en er onvoldoende bewijs is dat zij betaald is.