Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende en zijn ex-partner waren in 2011 juridisch eigenaar van een woning met een hypotheek die voor 50% op naam van ieder stond. Na beëindiging van hun relatie vertrok de ex-partner uit de woning, die eind 2011 werd verkocht. In de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (ib/pvv) nam belanghebbende ten onrechte 100% van de betaalde hypotheekrente en het eigenwoningforfait in aanmerking.
De inspecteur corrigeerde de aanslag door slechts de helft van de hypotheekrente en het eigenwoningforfait toe te kennen aan belanghebbende, omdat de ex-partner economisch eigenaar bleef van haar helft van de woning. Belanghebbende en zijn ex-partner hadden geen fiscaal partnerschap gekozen, waardoor zij de hypotheekrenteaftrek niet konden toedelen.
Belanghebbende stelde dat hij met zijn ex-partner had afgesproken alle hypotheekrente te betalen en aftrek te claimen, maar de rechtbank oordeelde dat een dergelijke overeenkomst niet werkt tegenover de inspecteur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende alleen recht heeft op aftrek van zijn eigen aandeel in de hypotheekrente.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en alleen zijn aandeel in de hypotheekrente is aftrekbaar.