ECLI:NL:RBZWB:2016:646
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstelbestemming UWV-besluit Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 1 juli 2015 betreffende haar aanspraak op een Ziektewet-uitkering. Zij betwist dat bij haar derde ziekteperiode de eerstejaarsziektewetbeoordeling van toepassing is en stelt dat het UWV onjuist is uitgegaan van functies die zij niet kan verrichten. Tevens wijst zij op medische verslechteringen die niet zijn meegenomen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres ongeschikt is voor haar werk als thuishulp en dat de arbeidsmaatstaf bij een nieuwe ziekteperiode na een eerstejaarsziektewetbeoordeling zonder nadien gewerkt te hebben, de beoordeling volgens artikel 19aa ZW moet zijn. De rechtbank volgt het UWV niet in de analoge toepassing van jurisprudentie over WIA-beoordelingen.
De medische situatie van eiseres is niet gelijk gebleven, maar het is onduidelijk of en in welke mate dit gevolgen heeft voor haar geschiktheid voor de geduide functies. Het bestreden besluit lijdt daardoor aan een motiveringsgebrek. De rechtbank geeft het UWV de gelegenheid dit gebrek binnen vier weken te herstellen. Bij herstel zal eiseres kunnen reageren waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen.
Uitkomst: Het UWV krijgt vier weken de tijd om het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen, waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen.