Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 januari 2016 en de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 6 april 2016 en de daarin genoemde stukken.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres kocht in 2007 een woning met bijgebouw van Bedrijfshuisvesting BV, waarbij het bijgebouw sinds 1972 als woonruimte werd verhuurd. In 2011 bleek dat het bijgebouw niet als woning gebruikt mocht worden vanwege het bestemmingsplan en het ontbreken van een vergunning voor bewoning. Eiseres vorderde schadevergoeding wegens non-conformiteit en stelde dat zij mocht vertrouwen op het gebruik als woonruimte.
De rechtbank oordeelde dat de verkoper niet op de hoogte was van de bestemmingsplanbeperkingen en geen mededelingsplicht had. De koopovereenkomst vermeldde dat het woonhuis als woonruimte gebruikt mocht worden, maar niet dat het bijgebouw als woonruimte verhuurd mocht worden. Eiseres had zelf onderzoek moeten doen naar het toegestane gebruik.
Daarnaast werd het beroep op dwaling verworpen omdat beide partijen ten onrechte dachten dat het bijgebouw als woonruimte mocht worden gebruikt en de verkoper niet hoefde te begrijpen dat de koop bij juiste informatie niet zou zijn gesloten. Ook het beroep op onrechtmatig handelen werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.