Belanghebbende diende bezwaar in tegen de box 3 heffing over het jaar 2013, maar deed dit ruim na de wettelijke bezwaartermijn. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het vervolgens af als verzoek om ambtshalve vermindering. Tevens stelde de inspecteur dat alleen tijdig ingediende bezwaarschriften in de massaalbezwaarprocedure kunnen worden betrokken.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 25a AWR en de bijbehorende wetsgeschiedenis alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaren geacht worden ontvankelijk te zijn, ook als ze niet tijdig zijn ingediend. Dit geldt voor de box 3 bezwaren die onder het besluit van 26 juni 2015 vallen. De inspecteur heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigt.
De zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur met de opdracht het bezwaar in behandeling te nemen conform het massaalbezwaarbesluit. De rechtbank gelast tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.