Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 22 augustus 2016 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam eiseres] , te [Woonplaats eiseres] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
“Een ontslag op staande voet en aangifte voor fraude werd in deze overwogen. Om jou je toekomstperspectief niet te ontnemen, heeft het College van Bestuur besloten om daarvan af te zien. Daarbij is mede in overweging genomen dat je geruime tijd bij Onderwijsgroep [Naam derde partij] in dienst bent en dat een ontslag op staande voet direct ingaande consequenties heeft voor je financiële positie. Mocht uit een aangifte een veroordeling volgen zou dat betekenen dat aan jou in de toekomst wellicht geen Verklaring Omtrent Gedrag zou worden uitgereikt. Om genoemde reden is besloten om niet over te gaan tot ontslag op staande voet, maar om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van de werkgever tegen het primaire besluit van 7 juli 2015 ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.001,-.