Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 18 januari 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[bedrijfsnaam1], te [vestigingsplaats1] ,
[bedrijfsnaam2], te [vestigingsplaats2] ,
[bedrijfsnaam3], te [vestigingsplaats3] ,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister.
Procesverloop
Namens [bedrijfsnaam1] is, na voorafgaand bericht, niemand verschenen.
[bedrijfsnaam2] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en mr. J.A. Kroes.
[bedrijfsnaam3] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E. van der Kamp.
Overwegingen
Subsidiair stellen eisers dat voor de dienstverrichting geen tewerkstellingsvergunning mocht worden geëist, gelet op het Essent-arrest van het Europese Hof van Justitie (HvJ). Meer subsidiair stellen eisers zich op het standpunt dat voor de dienstverrichting geen tewerkstellingsvergunning mocht worden geëist in verband met de begunstigingsclausule in of bij het Toetredingsverdrag met Bulgarije en Roemenië in relatie tot de positie van Japanners op de Nederlandse arbeidsmarkt, zulks mede gelet op het Sommer-arrest van het HvJ.
Meer subsidiair stellen eisers dat ter bepaling van de hoogte van de opgelegde boete niet kan worden verwezen naar de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2013 (de Beleidsregel 2013), omdat bij de totstandkoming daarvan geen evenredigheidstoets heeft plaatsgevonden.
Nog meer subsidiair stellen eisers dat ten aanzien van de vreemdelingen 7, 18, 20 en 29 ten onrechte het boetenormbedrag 2013 is toegepast, in plaats van het boetenormbedrag 2012.
Beslissing
- verklaart het beroep van [bedrijfsnaam1] (zaaknummer BRE 15/285 WAV) gegrond;
- vernietigt het door [bedrijfsnaam1] bestreden besluit (referentie WBJA/JA‑WAV/
- bepaalt dat het aan [bedrijfsnaam1] gerichte primaire besluit (referentie 071307432/03) wordt herroepen in die zin dat de boete wordt bepaald op in totaal € 16.000,= en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het door [bedrijfsnaam1] betaalde griffierecht van € 331,= aan [bedrijfsnaam1] te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van [bedrijfsnaam1] tot een bedrag van € 496,=;
- verklaart het beroep van [bedrijfsnaam2] (zaaknummer BRE 15/781 WAV) gegrond;
- vernietigt het door [bedrijfsnaam2] bestreden besluit (referentie WBJA/JA‑WAV/
- bepaalt dat het aan [bedrijfsnaam2] gerichte primaire besluit (referentie 071307395/03) wordt herroepen en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het door [bedrijfsnaam2] betaalde griffierecht van € 331,= aan [bedrijfsnaam2] te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van [bedrijfsnaam2] tot een bedrag van € 1.984,=;
- verklaart het beroep van [bedrijfsnaam3] (zaaknummer BRE 15/782 WAV) gegrond;
- vernietigt het door [bedrijfsnaam3] bestreden besluit (referentie WBJA/JA‑WAV/
- bepaalt dat het aan [bedrijfsnaam3] gerichte primaire besluit (referentie 071307396/04) wordt herroepen en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het door [bedrijfsnaam3] betaalde griffierecht van € 331,= aan [bedrijfsnaam3] te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van [bedrijfsnaam3] tot een bedrag van € 1.984,=.