Uitspraak
201005342/1/V6staat vast dat de vreemdelingen arbeid hebben verricht voor [uitzendbureau]. Voorts volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 september 2011 in zaak nr.
201011952/1/V6, dat het boeterapport voldoende grond biedt voor het oordeel dat de vreemdelingen op 12 september 2008 door [uitzendbureau] zijn uitgeleend aan [bedrijf A] en voor haar arbeid hebben verricht, dat [bedrijf A] de opdracht voor het project Ftth heeft aangenomen van [bedrijf B], dat [appellante] de hoofdaannemer van het project Ftth is en een deel van het project heeft uitbesteed aan [bedrijf B]. De Afdeling heeft in die zaak tevens overwogen dat de vreemdelingen hun verklaringen hebben afgelegd ten overstaan van de inspecteurs, dan wel ambtenaren van de politie en deze verklaringen, nadat ze aan hen waren voorgelezen, hebben ondertekend. Van deze verklaringen kan derhalve in beginsel uit worden gegaan.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200701639/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet zijn nageleefd. Uit de bij het boeterapport gevoegde verklaring van [algemeen directeur] van [appellante], volgt dat [appellante] op de projectlocatie een kantoor heeft ingericht waar de administratie en de kopieën van de identiteitsdocumenten van de ingeleende werknemers zijn opgeslagen. [appellante] heeft met [bedrijf B] de afspraak gemaakt dat [bedrijf B] een kopie van het identiteitsdocument van iedere nieuwe werknemer voorafgaand aan de werkzaamheden bij het kantoor afgeeft. Door [appellante] worden geen kopieën gemaakt van identiteitsdocumenten van werknemers van [bedrijf B] of door [bedrijf B] ingeleend personeel. De kopie van het identiteitsdocument wordt slechts in ontvangst genomen en opgeslagen. De controle op de identiteitsdocumenten van werknemers van onderaannemers of door hen ingeleend personeel ligt volledig bij de onderaannemers. [appellante] controleert slechts de identiteitsdocumenten van haar eigen personeel. Met [bedrijf B] is contractueel vastgelegd dat [bedrijf B] verplicht is door te geven welke onderaannemers zij voor het project heeft ingeschakeld.