Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 7 juli 2015 zijn auto zonder geldig betaalbewijs op een parkeerplaats waar parkeerbelasting verschuldigd was. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op, welke door belanghebbende werd bestreden met het argument dat zijn spreekuur als huisarts was uitgelopen en hij daardoor geen tijd had om een parkeerkaartje te kopen.
De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen uitzondering vormen op de verplichting tot betaling van parkeerbelasting. Ook het feit dat belanghebbende een bordje in de auto had met de mededeling dat hij visite liep, wat niet waar was, is geen geldig argument om de naheffingsaanslag te vernietigen.
De wet en de gemeentelijke verordening bieden geen ruimte om op grond van redelijkheid en billijkheid de heffing achterwege te laten. De rechtbank benadrukt dat zij de inhoud en billijkheid van de wet niet mag toetsen, maar slechts de rechtmatigheid van het besluit. Gezien het ontbreken van een geldig betaalbewijs is de naheffingsaanslag terecht opgelegd en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.