ECLI:NL:RBZWB:2016:3276
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Leeftijdsdiscriminatie bij beëindiging wachtgeld burgerlijk ambtenaar defensie
Eiseres, een burgerlijk ambtenaar bij defensie, kreeg na haar overtolligheidsontslag wachtgeld toegekend dat eindigde bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Zij stelde dat dit leeftijdsdiscriminatie opleverde omdat de AOW-leeftijd inmiddels hoger ligt, waardoor een inkomensgat ontstond. De rechtbank beoordeelde of het besluit getoetst moest worden aan het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Wbad) of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie (BWDEF), en concludeerde dat het SBK 2012 en BWDEF van toepassing zijn.
De rechtbank oordeelde dat het beëindigen van het wachtgeld bij 65 jaar een verboden onderscheid op grond van leeftijd vormt, omdat dit leidt tot een inkomensachteruitgang die niet wordt opgeheven door de Regeling tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd. Het College voor de Rechten van de Mens had eerder geoordeeld dat het middel niet passend is en geen objectieve rechtvaardiging heeft.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het recht op de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering pas eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AOW. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het recht op wachtgeld wordt verlengd tot de pensioengerechtigde leeftijd conform de AOW, het bestreden besluit wordt vernietigd.